Uit het oud archief van Zutphen: (met dank aan Ruud Kaak uit Groenlo)

3-9-1501; Verzoek om Johan Kaick, burger tot Cleve (Duitsland), behulpzaam te zijn bij de uitvoering te Arnhem van een oordeel te Zutphen in hofvaart gewezen.
13-3-1503; postscriptum betreffende de zaak tussen Johan Kaeck en de gebroeders Johan en Art Otter (dezelfde zaak als in 1501).
11-1-1525; terugzending van een "hoefftordell" in de sedert 1496 hangende zaak tussen Johan Kaeck enerzijds en de gebroeders Johan en Art Otter anderzijds, waarin Zutphen lange tijd verzuimd heeft uitspraak te doen, Arnhem verzoekt daarom nu de "vondenisse ende wysinge" bezegeld per bode te willen terugzenden.
16-6-1526; bijlage: Johan Kaeck tegen Johan en Arnt Otter.
22-3-1530; Verzoek om namens haar burgers Johan van Segen en Johan van Cleve, om oordeel te wijzen in een zaak die omstreeks 25 jaren geleden te Arnhem aanhangig is geweest tussen Johan en Cornelis Kock enerzijds en de kinderen van vrouw Otter anderzijds, en die in "appellacie" aan het gericht van Zutphen is gebracht, sinds 1496 nog geen uitspraak 34 jaar lang! Hier is dus de naam Kaak (Kaeck) gelijk aan Kok (Kock)!
24-4-1520; Johan Kock, gograaf "tom Santwelle" (in het bisdom Münster) rentmeester te Ahus en Horstmar etc. aan de stad Zutphen: Geloofsbrief van Johan tomm Lunsberge, vrij dienstman "upten Steyn" te Horstmar, die de nalatenschap van wijlen zijn broeder Albert, burger van Zutphen, zal afwikkelen.