Familie Bunnik (bron: Jeanette Berkhof-Bunnik)

De oudste stamvader van de familie Bunnik is Joannes Bunnik, alias Bünnincks, Bunning en komt uit Zwolle en niet uit Bunnik zoals wij altijd dachten. De alias Jan d'Brandenburger, die anderen op hun site vermelden, heb ik nog niet uitgezocht. Drie zonen, Egbertus, Wessel en Gerrit, trekken naar het westen. De eerste twee naar Aarlanderveen en Gerrit naar Hazerswoude, alwaar ze in 1765, 1756 en 1761 trouwden en voor een talrijk nageslacht zorgden. Familie van Joannes zijn derde vrouw, Lubbertha Janse Belt, woonden daar al in 1746. Mogelijk is Lubbertha met haar zoons mee verhuisd, want zij was doopgetuige in 1756 en 1762.

Gerrit Bunnik, alias Bunijnk, Bunningh, was arbeider en woonde in Hazerswoude aan de Hoge Rijndijk. In 1781 stierf Gerrit zijn tweede vrouw en in 1782 huurde hij "woning en landerijen" die zijn derde vrouw Aagje van der Klugt had geërfd van haar schoonvader. Zij trouwden pas vijf jaar later. Hij is 81 jaar geworden!

Jan Gerrits Bunnik, alias Bünnink, Bunningh, Beuning, was bouwman en woonde in Aarlanderveen. Van hem heb ik nog geen testamenten ingezien.

Zijn zoon Jan had met Cornelia Zijerveld een boerderij in Bodegraven-Meye, toen Meye 20. Vier jaar nadat er in het deftige dorp Bodegraven brand (1870) had gewoed, een ramp waarbij bijna het hele dorp voor de tweede keer (1672) afbrandde, verhuisde de jongste zoon, Gerrit, naar Bodegraven aan de Noordzijde.

In 1906 liet zijn weduwe Maria de Lange een voorhuis aan de boerderij bouwen en gaf de nieuwe boerderij de naam "Buiten Verwachting", omdat er buiten verwachting toch nog een bouwvergunning werd afgegeven, ondanks de "wet op de kringen" uit 1853.

Het doel van deze wet was het vrijhouden of het snel vrij maken van het schootsveld rond de vestingwerken om zo goed uitzicht te houden op het omliggende gebied. Rond elk verdedigingswerk werden drie denkbeeldige cirkels getrokken op afstanden van 300, 600 en 1000 meter. Binnen de eerste twee kringen mochten alleen houten huizen en gebouwen worden opgetrokken, zodat ze in tijden van oorlog snel verwijderd konden worden. De Wiericker Schans aan de overkant van Rijn op de Zuidzijde is zo'n vestingwerk.

Maria de Lange heeft niet lang van haar nieuwe boerderij mogen genieten, 1 jaar later stierf zij.

Bron: Jeanette Berkhof-Bunnik